Siebe Herman *1999
?
14 6 2010 |
De Natuurkiller
Ik was een jaar of acht toen we met onze school gingen wandelen in een gruwelijk oud bos. Na de wandeling mochten we vrij spelen. Maar ik ging samen met een paar vrienden heel diep het bos in.
Opeens vonden we een doek met vies, oud bruin bloed erop.
Mijn vriend Tom zei: ‘Er is vast een moord gepleegd!’
‘Nee, Tom. Niet overdrijven,’ zei ik.
Maar er waren nog anderen die het ook dachten. Toen stelde Robbe voor om te stemmen wat we zouden doen. De meerderheid besliste dat we verder op tocht zouden gaan.
Na een halfuurtje wandelen vonden we een tennisbal.
Tom schrok weer. Hij zei: ‘Dat is vast het moordwapen.’
We besloten verder te zoeken. Even later zagen we een schaduw. Het was een dikke, lelijke, marginale man. We waren helemaal de kluts kwijt. En bovendien hoorden we ook nog een schot van een jachtgeweer.
De man kwam te voorschijn, maar hij schrok van ons en liep gehaast weg.
‘Oef!’ zuchtten we allemaal in koor.
Twee meter verderop vonden we een klein konijn. Lief en schattig, maar dood. Onze moordenaar was dus een stroper!
Ondertussen waren we natuurlijk het uur uit het oog verloren. We renden zo snel mogelijk terug naar de klas. Toen we aankwamen, hadden we de meester nog nooit zo woest gezien.
Twee volle weken kregen we geen speeltijd.
Maar dat vond ik niet zo erg. Het ergste was dat ik vreselijke nachtmerries kreeg van dat hele avontuur. En omdat niemand wist wie de stroper was of hoe hij heette, loopt hij daar nu misschien nog altijd rond…
Siebe is genomineerd voor de SchrijfPrijs van BoekieBoekie, uitgeschreven n.a.v. de Wonderjaren. Zie www.boekie-boekie.nl.
|
Sophie van der Put *1998
?
14 6 2010 |
Wonderlijke familiegebeurtenissen
Geloof jij in wonderen? Nou, ik wel, ik zal er eens over vertellen. Mijn familie en ik hebben speciale gebeurtenissen meegemaakt. Die hadden te maken met mijn opa, voor hij was overleden. Heb je weleens gehoord dat als een vlinder je kust, dat een persoon die gaat overlijden of heel erg ziek is dan welkom is in de hemel?
Onze familie had een familiedag georganiseerd. Op mijn tantes boot. We gingen naar de Biesbos varen. Toen we net waren vertrokken, lagen mijn opa en moeder voor op de boot te zonnen. Opeens kwam een witte vlinder, een zeldzame, rond mijn moeder en opa vliegen. Daarna ging de mooie vlinder op mijn moeders schouder zitten en kuste haar schouder. Dat was iets heel wonderbaarlijks wat je niet elke dag meemaakt!
Een paar weken later was mijn tante in haar bed aan het lezen. Ineens, het was midden in de nacht, ging de radio van haar auto op zijn allerhardst aan en ineens klapte haar raam dicht. Ze schrok natuurlijk heel erg.
De volgende dag ging mijn nicht lezen. Ze moest naar de wc en legde haar boekenlegger op bladzijde twee. (Mijn lieve opa hield veel van lezen.) Toen ze terugkwam, lag de boekenlegger hetzelfde maar dan op de een-na-laatste bladzijde. Ze riep haar moeder en mijn tante geloofde het nauwelijks.
Een week later was mijn moeder net klaar met werken. Ze deed haar auto op slot, kletste even met de buurvrouw en toen gebeurde haar hetzelfde: de lievelingsmuziek van mijn opa (Norah Jones) ging ineens op zijn allerhardst aan. Net zoals bij mijn tante. En een week later gebeurde precies hetzelfde bij mijn oom. Wonderbaarlijk toch?
In mei voelde mijn opa iets in zijn keel, hij dacht natuurlijk dat er iets vastzat in zijn keel. Het bleek slecht nieuws te zijn, en tien weken later was hij overleden. Maar na zijn dood kwam weer die witte vlinder die op de familiedag was. Vloog ineens bij ons thuis in de woonkamer! We hebben lang naar de vlinder staan staren en uiteindelijk, een week later, was de witte bijzondere vlinder overleden, in ons huis. We hebben hem in een klein zilveren kistje gestopt en tot nu toe voor altijd bewaard.
Mijn opa was de speciaalste opa die er was!
Sophie is genomineerd voor de SchrijfPrijs van BoekieBoekie, uitgeschreven n.a.v. de Wonderjaren. Zie www.boekie-boekie.nl.
|
Marjan van Drimmelen-Teeuw *1946
Rotterdam
31 3 2010 |
Ik had een wollen gebreide jurk die niet vaak in de was mocht. Er zat een wit kraagje op genaaid, dat ging er dan af en werd gewassen en weer op de jurk gezet.Dan leek het heel schoon.
|
Teun van Drimmelen *1941
Zwijndrecht
31 3 2010 |
Mijn herinnering; kerstboom met echte kaarsjes, was wel wat brandgevaarlijk, er stond altijd een emmer water bij als de kaarsjes aangestoken werden.
|
Saskia Spiekman *1959
Amsterdam
18 5 2010 |
Niet zo gek, die emmer water! Toen ik in de zestiger jaren in Middelburg woonde vatte de kesrtboom bij de overburen vlam en - bij gebrek aan water - bluste een grote zoon de brand impulsief met de pan vol tomatensoep die net op tafel stond. De overbuurvrouw was minder ontzet over de brand dan over de vette oranjerode plekken op wand en vloerkleed!
|
Daniël Chervet *2001
Grijpskerke
25 3 2010 |
Zwaaibergen
Drie jaar geleden was ik zes en een half jaar
oud. Het was augustus, en we wisten niet waar
we heen zouden gaan. Papa zei: ‘Kom, we gaan
rijden, en we zien wel wat we tegenkomen.’ Ik
mocht zeggen wanneer ik een leuke camping zag.
We reden door Luxemburg, en daarna door
Duitsland, en voorbij de grens van Zwitserland.
Later reden we langs een meer, het Comomeer,
met tropische planten en een hemel zo blauw als
de oceaan. Ik zag bergen met veel sneeuw, heel
opwindend. Op een klein schiereiland stonden
tenten vlak langs het water.
Ik riep: ‘Stop! Dit is ’m. Dit is de camping
van onze vakantie.’
Na drie dagen veranderde het weer en kleurde de
hemel zwart met onweerswolken. Het meer kwam
met reusachtige golven tegen de stenen aan. Een
tent vloog in het water en de spullen dreven
weg. Van papa moest ik naar de auto lopen. Het
water kwam tot mijn knieën en het bliksemde met
oorverdovende knallen. Het was superspannend.
De volgende dag was de hemel blauw. Ik ging
zwemmen. Ik had nog niet mijn A-diploma, maar
het ging wél goed. Visjes knabbelden aan
mijn benen. Ik keek omlaag en de visjes keken
omhoog. Na het omkleden ging ik vissen met een
tak met een draadje, en een haakje van folie.
Een waterslang lag op een steen en ik sloeg met
mijn hengel op de slang. De slang schrok zich
kapot en sprong weg. Snel rende ik met hem mee.
Ik zag hem van heel dichtbij.
We wandelden veel bij het meer. Op een
avond vonden we in het water een vork, een
reuzenvork. ‘Wat is dat?’ vroeg ik. Papa
zei: ‘Dat is kunst. Net als dat huis van die
beroemde man, dat blokkenhuis.’ Met lego bouw
ik dat zo na, dacht ik.
Op de laatste dag zat ik op mijn stoel en
keek naar de bergen. De zon was al laag, maar
ik kon nog duidelijk alles zien. Bergen zijn
mooi, maar nu waren ze prachtig. Het licht was
oranje en ook een beetje geel, en het water
was lichtblauw met zilveren lichtjes. Het was
net alsof de bergen naar me zwaaiden, naar de
overkant van het meer. Ik zwaaide terug.
Daniël is de winnaar van de SchrijfPrijs van BoekieBoekie, uitgeschreven n.a.v. de Wonderjaren. Zie www.boekie-boekie.nl.
|
|
Blog
plaats nieuw bericht |