Teun van Drimmelen *1941
Zwijndrecht
31 3 2010 |
Mijn herinnering; kerstboom met echte kaarsjes, was wel wat brandgevaarlijk, er stond altijd een emmer water bij als de kaarsjes aangestoken werden.
|
Saskia Spiekman *1959
Amsterdam
18 5 2010 |
Niet zo gek, die emmer water! Toen ik in de zestiger jaren in Middelburg woonde vatte de kesrtboom bij de overburen vlam en - bij gebrek aan water - bluste een grote zoon de brand impulsief met de pan vol tomatensoep die net op tafel stond. De overbuurvrouw was minder ontzet over de brand dan over de vette oranjerode plekken op wand en vloerkleed!
|
Daniël Chervet *2001
Grijpskerke
25 3 2010 |
Zwaaibergen
Drie jaar geleden was ik zes en een half jaar
oud. Het was augustus, en we wisten niet waar
we heen zouden gaan. Papa zei: ‘Kom, we gaan
rijden, en we zien wel wat we tegenkomen.’ Ik
mocht zeggen wanneer ik een leuke camping zag.
We reden door Luxemburg, en daarna door
Duitsland, en voorbij de grens van Zwitserland.
Later reden we langs een meer, het Comomeer,
met tropische planten en een hemel zo blauw als
de oceaan. Ik zag bergen met veel sneeuw, heel
opwindend. Op een klein schiereiland stonden
tenten vlak langs het water.
Ik riep: ‘Stop! Dit is ’m. Dit is de camping
van onze vakantie.’
Na drie dagen veranderde het weer en kleurde de
hemel zwart met onweerswolken. Het meer kwam
met reusachtige golven tegen de stenen aan. Een
tent vloog in het water en de spullen dreven
weg. Van papa moest ik naar de auto lopen. Het
water kwam tot mijn knieën en het bliksemde met
oorverdovende knallen. Het was superspannend.
De volgende dag was de hemel blauw. Ik ging
zwemmen. Ik had nog niet mijn A-diploma, maar
het ging wél goed. Visjes knabbelden aan
mijn benen. Ik keek omlaag en de visjes keken
omhoog. Na het omkleden ging ik vissen met een
tak met een draadje, en een haakje van folie.
Een waterslang lag op een steen en ik sloeg met
mijn hengel op de slang. De slang schrok zich
kapot en sprong weg. Snel rende ik met hem mee.
Ik zag hem van heel dichtbij.
We wandelden veel bij het meer. Op een
avond vonden we in het water een vork, een
reuzenvork. ‘Wat is dat?’ vroeg ik. Papa
zei: ‘Dat is kunst. Net als dat huis van die
beroemde man, dat blokkenhuis.’ Met lego bouw
ik dat zo na, dacht ik.
Op de laatste dag zat ik op mijn stoel en
keek naar de bergen. De zon was al laag, maar
ik kon nog duidelijk alles zien. Bergen zijn
mooi, maar nu waren ze prachtig. Het licht was
oranje en ook een beetje geel, en het water
was lichtblauw met zilveren lichtjes. Het was
net alsof de bergen naar me zwaaiden, naar de
overkant van het meer. Ik zwaaide terug.
Daniël is de winnaar van de SchrijfPrijs van BoekieBoekie, uitgeschreven n.a.v. de Wonderjaren. Zie www.boekie-boekie.nl.
|
Alina Kiruta *2002
Delft
25 3 2010 |
Drie herinneringen Ik was heel klein toen ik een babypakje kreeg
van mijn opa en oma. Het is wit en er zitten
twee kleine schattige beertjes op. Mijn moeder
en mijn vader vonden het heel mooi en deden het
mij best wel vaak aan.
Nu is het een hele mooie herinnering aan
vroeger. En als ik er nu naar kijk, dan probeer
ik na te denken hoe ik er in dat pakje uitzag.
Maar dat schiet me steeds maar niet te binnen.
Ik heb wel heel veel foto’s van mij met dat
pakje aan. Ik vind het pakje heel mooi, maar
jammer dat het nu te klein is. Het is zelfs
kleiner dan mijn arm.
Ik was al een beetje opgegroeid en kreeg van
mijn moeder een bordje met een hondje daarop.
Als ik niet wou eten, zei mijn moeder altijd:
‘Als je alles opeet, zie je het hondje!’ Of:
‘Het hondje wacht op je!’ En dan begon ik
gelijk alles op te eten om het hondje te zien.
Nu eet ik nog steeds van dat bordje, alleen
word ik niet zo blij meer als ik het hondje
zie.
Als ik bij mijn opa en oma op bezoek ben, dan
ga ik altijd slapen in mijn oude kamer die vol
staat met knuffels. Want die kamer hebben ze
voor mij gemaakt toen ik nog heel klein was,
toen hield ik nog heel veel van knuffels. Ik had
ook een bank in mijn kamer, die is er ook nog
steeds. En als ik dan bij mijn opa en oma ben
en naar al die knuffels kijk, dan kan ik mijn
ogen niet geloven dat ik zo veel knuffels had.
Alina was genomineerd voor de SchrijfPrijs van BoekieBoekie, uitgeschreven n.a.v. de Wonderjaren. Zie www.boekie-boekie.nl.
|
Angelika Elisseeva *2002
Den Haag
25 3 2010 |
Het avontuur van mijn hoofd Op een dag zei mijn moeder: ‘Wij gaan een
cadeautje kopen.’ We gingen naar de boekwinkel.
Mijn moeder liet me alleen achter op de
kinderafdeling. Ik was ongeveer 5 jaar.
Ik was nieuwsgierig en ik wilde tussen de trap
komen. Ik liep naar de trap en deed mijn hoofd
tussen de traptreden. Ik voelde dat ik niet
meer verder kon. Ik probeerde het toch. Mijn
hoofd vast zat tussen de treden. Ik voelde
me gevangen. Ik dacht dat mijn hoofd ging
ontploffen. Tranen gleden uit mijn ogen. Een
mevrouw probeerde te helpen. Dat lukte niet.
Ik riep: ‘Mama!’ Eindelijk kwam ze en zij heeft
mij uit mijn ‘gevangenis’ gehaald. Ik was blij!
Er stonden veel mensen rond mij en er was
niemand bij de kassa. De verkoopster zei:
‘Dit meisje verdient een boekje.’
Ik heb het bijzonderste boekje uitgekozen.
Het gaat over een meisje dat met haar hoofd in
de wolken zit. Beter met je hoofd in de wolken
dan tussen de trappen, denk ik nog steeds als
ik terugdenk aan dit avontuur.
Angelika was genomineerd voor de SchrijfPrijs van BoekieBoekie, uitgeschreven n.a.v. de Wonderjaren. Zie www.boekie-boekie.nl.
|
Petra Steegers-van der Veen *1954
Venlo
21 3 2010 |
Rondlopend in Museum van Bommel van Dam viel mijn oog op een radiomeubel met platenspeler.
Ook wij hadden vroeger zo’n muziekmeubel in de huiskamer staan. Een teakhouten kastje op ranke pootjes.
Als jongste uit een gezin met vier meisjes kwam ik al vroeg in aanraking met de ‘moderne’ muziek waar mijn grote zussen naar luisterden, terwijl mijn ouders meer hielden van licht klassieke muziek. Zij bezaten een kleine collectie 48 en 33 toeren platen. Mijn vader had echter één favoriete plaat waar hij graag naar luisterde: de Notenkrakersuite van Tschaikowski.
Voordat hij de platenspeler aanzette, had hij zich er eerst van verzekerd dat geen van die wilde meiden in de buurt waren. Hoewel de pick-up beschikte over een soort zwevende draaischijf, was hij als de dood dat iemand tegen de dunne pootjes zou stoten, waardoor de naald over de plaat zou schuiven, met alle gevolgen van dien. Elk minuscuul krasje leverde immers een irritante tik op. Angstvallig werden wij op veilige afstand gehouden, terwijl hij probeerde te genieten van de meeslepende muziek.
Gedurende mijn leven roept dit sprookje van Tschaikowski soms onbewust hele mooie herinneringen op. Ook Wald Disney gebruikte de muziek in zijn films, bijvoorbeeld ‘Peter Pan’.
Thuisgekomen ben ik op zolder de oude platencollectie nog eens gaan bekijken en tussen Mantovani Operette Memories en een Weense Liedjespotpourri vond ik een knalgele, kartonnen platenhoes met een afbeelding van een houten pop, een notenkraker. Voorzichtig haalde ik hem uit de hoes en na al die jaren hield ik hem weer vast: de Nussknacker Suite van Peter Tschaikowski in een uitvoering van het Symphonie Orchester Berlin.
Vol krassen!
|
|
Blog
plaats nieuw bericht |